Anababa | Expertise voor Ouders

© Copyright Applinet B.V. Bron: http://www.anababa.nl

Steven Pont over ouderschap

Steven Pont is ontwikkelingspsycholoog en auteur van onder meer ‘Mensenkinderen!’ en ‘Sociaal? Vaardig!’. Als therapeut heeft hij ruime ervaring in het begeleiden van ouders en kinderen bij lastige gezinssituaties. In dit interview vertelt Pont hoe hij kijkt naar de ouders van nu.

Hoe doen ouders het? Zijn het hyperouders, of valt het wel mee? Moeten we relaxter worden?

‘Over het algemeen doen ouders het goed. Sommige ouders mogen best een stapje terug doen, andere ouders mogen er ook wel een tandje bij doen. We moeten wel oppassen dat de groep ouders die overbeschermend is, niet te groot wordt. Langzamerhand is ‘goed’ ouderschap synoniem geworden met ‘beschermend’ ouderschap. En daar ben ik geen voorstander van. Kinderen moeten experimenteerruimte hebben, en daamee ook de ruimte om fouten te maken, hun kop te stoten en geconfronteerd te worden met teleurstellingen. Als ze op jonge leeftijd niet leren om daarmee om te gaan, dan krijgen ze daar later in hun leven problemen mee.’

Stellen we te veel eisen aan onze kinderen? Leggen we te veel druk op ze om op jonge leeftijd al te presteren? Wat vind jij bijvoorbeeld van Citotoetsen in de kleuterklas?

‘Kijk, alles wat je gaat testen, daar ontstaat een industrie omheen. Als er een Citotoets is, zal er altijd iemand zijn die trainingen gaat maken om met zo’n toets te oefenen. Terwijl je je kunt afvragen of je daarmee een betrouwbare score krijgt op de uiteindelijke toets. 
Toch zijn er nuances te zien als je dichterbij gaat kijken. Mijn zoon wil bijvoorbeeld naar een bepaalde middelbare school, en die hanteert een strikte grens voor Citoscores. Stel dat mijn zoon niet naar de school kan omdat hij twee puntjes onder die grens scoort, terwijl hij het niveau best aankan: daarom gaat hij dus toch oefenen voor die toets. Je sluit een soort verzekering af op die twee puntjes. Het is dus nooit zwart-wit.’

Pont gaat verder: ‘Toen in de jaren ’60 de Citotoets kwam, was dat getal een soort onafhankelijke ondersteuning van de onderwijzer. Het oordeel van de onderwijzer was doorslaggevend. Maar nu gaat het bijna alleen maar over dat getal. Wat de leerkracht vindt, is ondersteunend aan het getal. Destijds hebben ze dat getal ook bedacht omdat het aan niets te relateren mocht zijn. Als ze bijvoorbeeld 100 hadden gekozen, dan was een score van 71 meteen geïnterpreteerd als een 7,1. Maar uiteindelijk is dit toch een soort rapportcijfer voor scholen geworden, terwijl het expliciet niet zo bedoeld was.’

Lagereschoolkinderen hebben tegenwoordig een behoorlijk volle agenda. Woensdag en zaterdag voetballen, donderdag judo, vrijdag muziekles. Hoe kijk jij daar tegenaan?

‘Kinderen hebben scharrelruimte nodig, ruimte om te experimenteren. Dat is heel belangrijk. Ze leren door te experimenteren, en verveling maakt creatief. Een kind heeft recht op verveling. Maar je hebt ook kinderen die graag drie keer per week voetballen en daarnaast nog een keer tennissen. Bij mij thuis liggen bijvoorbeeld twaalf voetballen. En als mijn jongens genoeg geld hebben, dan rennen ze weer naar de winkel om een nieuwe te halen. Van voetballen krijgen ze simpelweg nooit genoeg. Dus als je kinderen er zelf echt plezier in hebben, dan is daar helemaal niks op tegen.

En je mag ook best eisen stellen aan je kinderen. Het hele leven stelt eisen aan je, het is goed om je kinderen daar al aan te laten wennen. Je moet dat niet overdrijven, maar bepaalde dingen vragen van je kinderen is op zich niet verkeerd.’

Hoe ga je bij jou thuis om met televisiekijken en computeren?

‘Mijn kinderen mogen vanaf half zes ‘schermpjestijd’, dus tv kijken of computeren. Ze weten dat ze tot half zes zelf iets moeten verzinnen om zich mee bezig te houden. De consequentie is wel dat zij stipt om half zes de televisie aanknallen.

Ik vroeg laatst aan mijn kinderen: welke regel die wij hier thuis hebben, zou je in de opvoeding van je eigen kinderen overnemen? Toen antwoordden ze allebei zonder blikken of blozen: de schermtijdregel. Ze voelen zelf ook ergens wel aan dat dat een goede regel is. Er komen heel vaak kinderen bij ons spelen. En die zijn niet allemaal gewend aan zo’n regel. Er kwam een keer een jongetje binnen dat meteen de tv aanzette. Toen zag ik mijn zonen kijken van: nee, dat mag hier niet. Ik heb de tv toen weer uitgezet. Dat jongetje was zo teleurgesteld dat hij geen tv mocht kijken, hij wilde liever naar huis. Kon hij daar wel tv kijken. Dat verbaast me soms wel, dat ouders daar geen grenzen aan stellen.’

Een beperking van schermtijd is dus een goed idee?

‘Ja, daar ben ik heel erg voor. Niet alleen vanwege het risico van verslaving, maar ook omdat kinderen zo veel mogelijk verschillende ervaringen moeten opdoen. Schermtijd is daar één van, dus die moet wel binnen het kader vallen van dingen die je kind kan doen. We moeten er ook weer niet te dramatisch over doen. Net zoals het stripboek niet het einde is van gewone boeken lezen, en de film niet het einde van toneel. Het is allemaal onderdeel van het grote geheel, en net als met alcohol of seks: het is er. Je laat het toe en je begrenst het.

Twee jaar geleden was er een studiedag van de NVRG (Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie) over het effect van nieuwe media op het gezinsleven. Daarop werd ook vastgesteld dat begrenzen het belangrijkst is. En dan gaat het niet eens om hoeveel tijd per dag precies (een half uur of een uur), maar dát er een grens gesteld wordt. Zodat kinderen hun dag kunnen vullen met verschillende soorten activiteiten. Experimenteren en spelen zijn heel belangrijk voor leren. Ik maak me meer zorgen over een kind dat niet speelt dan over een kind dat niet praat. Spelen is de belangrijkste manier om de wereld tot je te nemen. En daar moet ruimte voor blijven.’

Meer lezen

Dit is het tweede deel van een interview dat oud-hoofdredacteur Marèse Peters met Steven Pont had op 11 maart 2013. Lees ook de andere delen over kinderopvang en opvoeden.

Auteur: MP. Publicatiedatum: 2009-2018. © Copyright Applinet B.V. KvK 33304053.