Anababa | Expertise voor Ouders

© Copyright Applinet B.V. Bron: http://www.anababa.nl

De lichamelijke ontwikkeling van je baby

In het eerste jaar leert je baby om zich steeds bewuster en gecontroleerder te bewegen. Ook zijn zintuigen worden steeds beter, zodat hij de wereld om zich heen kan leren kennen.

Groei

In het eerste jaar van zijn leven groeit je baby enorm. Hij wordt ongeveer 25 centimeter langer dan hij was bij zijn geboorte. En hij wordt ongeveer 3 keer zo zwaar. Vooral in de eerste maanden zit hij echt in een groeispurt. Zijn botten en spieren groeien met je kind mee. In het begin zijn zijn botten nog zacht; die worden langzaam hard. En zijn spieren worden steeds sterker.

Tip: Vergelijk de groei en ontwikkeling van jouw kind niet met die van een ander kind. Ieder kind maakt zijn eigen ontwikkeling door en doet dat op zijn eigen tempo. De grenzen waarbinnen je kind zich ‘normaal’ ontwikkelt, zijn vrij ruim.

Motoriek

Je pasgeboren baby heeft een aantal automatische reacties tot zijn beschikking die hem helpen om te overleven: dat zijn reflexen. Al gauw gaan deze reflexen over in onwillekeurige bewegingen, waar je baby nog niet echt controle over heeft. Zijn bewegingen zijn ‘totaal’: je kunt geen afzonderlijke bewegingen onderscheiden, zijn hele lichaampje beweegt mee. Of hij nu tevreden of ontevreden is, dat maakt voor zijn bewegingen niets uit.

Verfijnen

In de loop van de eerste maand beginnen zijn bewegingen zich te verfijnen. Je baby krijgt langzaam meer controle over zijn lichaam. In de derde maand kan hij bepaalde bewegingen bewust herhalen. Hij kan nu ook bewegingen los van elkaar uitvoeren. Hij kan bijvoorbeeld:

  • met zijn ogen een bewegend voorwerp volgen;
  • zijn hoofd draaien in de richting van een geluid;
  • zwaaien met zijn handjes.

Als je kind deze bewegingen kan maken, dan kan hij daardoor weer nieuwe ervaringen op doen die belangrijk zijn voor zijn verdere ontwikkeling: kijken, luisteren en grijpen. Tussen 5 en 9 maanden raken kijken, luisteren, voelen en bewegen steeds beter op elkaar afgestemd.

Zien en kijken

Je kind kan nog niet zo veel zien in de eerste dagen na de geboorte. Zijn gezichtsvermogen moet zich nog ontwikkelen. In het begin ziet hij alleen verschil tussen licht en donker. Rond 6 tot 8 weken kan hij redelijk scherp zien tot een afstand van 20 centimeter. In de derde maand kan je kind een bewegend voorwerp met zijn ogen volgen. Zo leert hij om naar dingen te kijken. Tegen de tijd dat hij gaat kruipen (rond 8 maanden) kan hij net zo goed zien als jij.

Horen en luisteren

Toen je baby nog in de baarmoeder zat, kon hij al horen. Hij hoorde de geluiden in het lichaam en het stemgeluid van zijn moeder. Buiten de buik is je baby ook erg gevoelig voor het geluid van de menselijke stem. Hij kan jouw stem herkennen tussen andere stemmen. En uit onderzoek blijkt ook dat baby’s na 2 dagen al hun eigen moedertaal herkennen. In de derde maand kan je kind zijn hoofd draaien in de richting van een geluid. Zo leert hij waar een geluid vandaan komt, en welk voorwerp het geluid maakt (als dat dichtbij is). Horen kan hij al, maar nu leert hij dus ook luisteren: gericht aandacht geven aan een bepaald geluid. Hij leert steeds meer geluiden van elkaar onderscheiden. Dat is ook erg belangrijk voor zijn taalontwikkeling.

Grijpen

Als je kind met zijn handjes kan zwaaien, dan kunnen zijn handjes ook in aanraking komen met een speeltje of ander voorwerp. Hij gaat daar dan naar kijken en hij probeert het te pakken. Ook probeert hij dingen te pakken die jij in zijn gezichtsveld houdt. Houd je vinger maar eens voor zijn gezicht. Hiermee legt je kind de basis voor zijn oog-handcoördinatie. En hij leert het verschil te voelen tussen zacht, hard, warm, koud, glad, ruw en nog veel meer. Vaak zal zijn eerste reactie zijn om een voorwerp in zijn mond te stoppen om het nog beter te kunnen ontdekken. Iets later leert hij om een voorwerp met één hand vast te pakken. Rond een jaar kan hij iets met alleen zijn duim en wijsvinger vastpakken.

Rollen

Als je baby ongeveer 4 maanden oud is, dan begint hij te rollen; van zijn buik op zijn rug en andersom. Geef hem regelmatig de ruimte om dit te oefenen.

Zitten, kruipen en staan

Rond 6 maanden gaat je kind proberen om te zitten. Oefen dat met hem, maar laat hem niet te lang in een kinderstoel zitten als hij zichzelf nog niet lang rechtop kan houden. Pas als zijn spieren sterk genoeg zijn om zelf lange tijd rechtop te zitten, kan hij in een kinderstoel of fietsstoeltje zitten. Vanaf een maand of 7 begint je kind ook te ‘tijgeren’: hij beweegt zich naar je toe door op zijn buik te schuiven en met zijn armen te bewegen. Zijn beentjes gebruikt hij daar nog nauwelijks bij. Rond 8 of 9 maanden kan hij pas echt kruipen.

Staan oefent hij ook al vanaf 8 maanden. Maar daar heeft hij jouw hulp bij nodig. Of hij trekt zich op aan meubels of aan de spijlen van zijn box. Rond 12 maanden kan hij misschien al een beetje aan je hand lopen. De meeste kinderen leren pas los lopen als ze een dreumes zijn.

Andere ontwikkelingen

Lees ook over de sociaal-emotionele ontwikkeling en de cognitieve ontwikkeling van je baby.

Bronnen

  • Het wonder van de taalverwerving. Basisboek voor de opvoeders van jonge kinderen (1997), Sieneke Goorhuis-Brouwer. Uitgeverij de Tijdstroom, Utrecht.
  • Kijk,vergelijk en verrijk. De ontwikkeling van je kind van 0 tot 12 jaar (2008) Hilde Marx, Geri Marx en Jeannette Pluut. Uitgeverij Spectrum, Utrecht.
  • Ontwikkeling in vogelvlucht. Ontwikkeling van kinderen en adolescenten, Martine F. Delfos (vijfde druk, 2009) Uitgeverij Pearson, Amsterdam.
  • Adviseur bij het schrijven van dit artikel was orthopedagoog Jolanda Tettero.

Auteur: MP. Publicatiedatum: 2009-2018. © Copyright Applinet B.V. KvK 33304053.