Anababa | Expertise voor Ouders

© Copyright Applinet B.V. Bron: http://www.anababa.nl

De taalontwikkeling van je dreumes

In de periode tussen zijn eerste en tweede verjaardag maakt je kind een paar belangrijke ontwikkelingen door op taalgebied. Van het eerste woordje naar tweewoordzinnetjes is een hele prestatie.

Het eerste woordje

Ergens tussen 12 en 18 maanden spreekt je dreumes zijn eerste woordje. Veel ouders zullen zeggen dat het eerste woordje van hun kind ‘mama’ of ‘papa’ was. Toch is dat niet altijd het geval. Meestal brabbelen kinderen klankreeksen als ‘mamamamama’ of  ‘papapapa’. Ouders interpreteren dat vaak als een woord. Maar je kunt pas spreken van een echt woord als je kind “een bepaalde klankcombinatie altijd in dezelfde situatie gebruikt en er ook duidelijk betekenis mee wil overdragen” (Goorhuis-Brouwer, 1997). De grens tussen brabbelen en een echt woord is vaak moeilijk te trekken. Ook omdat je kind zo’n eerste woordje vaak nog niet goed uitspreekt. Hij is zijn spraakmotoriek nog volop aan het ontwikkelen.

Symboolfunctie van taal

Een belangrijke stap in de taalontwikkeling van je dreumes is dat hij begrijpt dat taal een symboolfunctie heeft. Op een bepaald moment in zijn tweede levensjaar gaat je kind begrijpen dat je met een woord kunt verwijzen naar dingen, situaties en emoties. Alles heeft een naam en ineens wordt je kind nieuwsgierig naar alle namen: hij gaat wijzen naar voorwerpen waarvan jij moet zeggen hoe ze heten. Je kind gaat nu langzaam doorkrijgen dat je met taal over dingen kunt praten die los van jezelf staan, dan er een onderscheid is tussen ‘ik’ en ‘ de wereld om mij heen’.

Ontwikkeling stimuleren

Doe je kind een plezier en benoem alles wat hij aanwijst. Dat is goed voor zijn taalontwikkeling.

Spraakmotoriek

Dit jaar is je kind hard bezig om te leren hoe je de verschillende klanken in onze taal precies moet maken. Want iedere spraakklank vereist nu eenmaal een specifieke stand van de lippen, de tong en het gehemelte.

  • Moeilijke klanken zijn bijvoorbeeld de ‘s’ en de ‘r’. Soms heeft je kind deze pas goed onder de knie als hij 5 is.
  • Veel kinderen gebruiken een ‘t’ in plaats van een ‘k’: ‘toe’ in plaats van ‘koe’.
  • Ook wordt de ‘l’ vaak verruild voor een ‘j’ ; ‘lap’ wordt ‘jap’.
  • Moeilijke klanken laat hij soms ook gewoon weg: ‘ofant’ in plaats van ‘olifant’.

De ontwikkeling van de spraakmotoriek en de hele lichamelijke motoriek hebben veel met elkaar te maken. Is de algehele motoriek van je kind niet zo sterk (hij loopt niet zo snel, valt vaak of durft niet goed te klimmen)? Dan ontwikkelt zijn spraakmotoriek zich meestal ook wat langzamer.

Het eenwoordstadium

Na het eerste echte woordje volgen er steeds meer. Je kind gaat losse woorden gebruiken, waarmee hij meestal een hele zin wil uitdrukken. Vaak begrijp je je kind alleen als je ziet waar hij mee bezig is. Je zult ook zien dat je kind een woord in een bredere betekenis gebruikt dan jij doet. De naam van jullie hond gebruikt hij bijvoorbeeld voor alle honden. Door het uitproberen van een woord in verschillende situaties leer je kind wat een woord precies betekent. Je kunt je kind daarbij helpen door op zijn woordjes te reageren en uit te leggen wat iets is. Het eenwoordstadium duurt grofweg van 1 tot anderhalf jaar.

Welk woordjes hoor je?

Woordjes die je nu veel hoort zijn:

  • de namen van voorwerpen of dieren: ‘poes’ of ‘bal’
  • ‘op’ (als iets opgegeten is) en ‘weg’ (als iets weg is)
  • ‘tuste’ (welterusten) en ’asse’( alsjeblieft)
  • aanwijzende woorden: ‘deze’, ‘die’ of ‘dat’

Je kind kan woordjes ook vragend maken door de toonhoogte aan het eind van het woord omhoog te laten gaan ( ‘weg?’ ‘poes?’). En hij kan ze ontkennend maken door er heftig zijn hoofd bij te schudden.

Het tweewoordstadium

Tussen anderhalf en 2 jaar volgt het tweewoordstadium. Je kind gebruikt nu twee woordjes naast elkaar om meer betekenis aan zijn uitingen te geven. Toch kan het voor jou nog steeds niet duidelijk zijn wat je kind bedoelt. Meestal moet je zien waar hij mee bezig is om het te snappen.

Welke woordjes hoor je?

  • ‘hier kome’ of ‘kijk poes’: je kind benoemt iets of trekt de aandacht
  • ‘nijntje hier’ of ‘nijntje stoel’: hij maakt duidelijk waar iets is
  • ‘chone luie’ of ‘grote auto’: hij voegt een kenmerk of eigenschap aan een voorwerp toe
  • ‘mama loopt’ of ‘papa koke’: hij benoemt een actie en degene die hem uitvoert
  • ‘papa pijp’ of ‘mij auto’: hij geeft het bezit van iemand aan

Je kind kan zinnetjes vragend maken door de toon aan het eind omhoog te laten gaan: ‘mama weg?’ of ‘pele buite?’ En hij heeft nu het woordje ‘niet’ tot zijn beschikking om een zin ontkennend te maken: ‘niet chone luie’.

Je kunt overal over praten

Je kind merkt nu dat je eigenlijk overal over kunt praten. Je kunt alles benoemen en er iets over vertellen. De meeste kinderen vinden het ook leuk om dat te doen. Praat dus veel met je kind. Je zult ook horen dat je kind voor zichzelf uit zit te praten als hij aan het spelen in bijvoorbeeld.

Andere ontwikkelingen

Lees ook over de lichamelijke ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling van je dreumes.

Bronnen

  • Het wonder van de taalverwerving. Basisboek voor de opvoeders van jonge kinderen (1997), Sieneke Goorhuis-Brouwer. Uitgeverij de Tijdstroom, Utrecht.
  • Adviseur bij het schrijven van dit artikel was taalexpert Joanneke Prenger.

Auteur: MP. Publicatiedatum: 2009-heden. © Copyright Applinet B.V. KvK 33304053.