Anababa | Expertise voor Ouders

© Copyright Applinet B.V. Bron: http://www.anababa.nl

Het puberbrein

In de puberteit ondergaan de hersenen van je kind een aantal belangrijke veranderingen. Daardoor is veel typisch pubergedrag goed te verklaren.

Meer kennis over hersenen

Sinds het eind van de jaren ’90 is het hersenonderzoek veel beter geworden. Daardoor is er een hoop kennis over de ontwikkeling van het brein bijgekomen. Dat heeft vooral veel duidelijk gemaakt over de ontwikkeling van het brein in de adolescentie: de periode van 10 tot 22 jaar. Onderzoekers hebben ontdekt dat de hersenen van een kind blijven groeien en veranderen totdat hij 22 of 23 is. En dat heeft rechtstreeks invloed op zijn gedrag in die periode.

Groei en verandering in het puberbrein

In de adolescentie maakt je kind een groeispurt door. Die heeft niet alleen te maken met zijn lichaamslengte, maar ook met zijn hersenen. Eigenlijk vinden er in het brein van je adolescent twee belangrijke ontwikkelingen plaats. Ze worden groter, en de organisatie van de hersenen verandert:

  • De hersenen groeien, en vertonen zelfs op twee momenten een groeipiek: rond 12 jaar en rond 16 jaar.
  • De verbindingen tussen hersencellen worden verfijnder en efficiënter. Bovendien wordt het omhulsel rond de zenuwbanen dikker, zodat de informatieverwerking ongestoorder en sneller kan gaan. Elk hersengebied specialiseert zich steeds meer in de functie waarvoor het specifiek is bedoeld.

Chaos in het hoofd van je puber

Tijdens deze periode van reorganisatie van de hersenen is het onrustig in het hoofd van je puber. Soms is het zelfs regelrechte chaos. Dat verklaart waarom je kind last kan hebben van stemmingswisselingen in de puberteit.

Gevolgen voor het gedrag van je kind

Tijdens de adolescentie zijn de hersenen van je kind dus hard bezig om volwassen te worden. Dat heeft invloed op het gedrag van je kind, op verschillende terreinen. Veel van het typische pubergedrag is te verklaren vanuit de ontwikkeling die op dat moment in de hersenen aan de gang is.

Wisselwerking met hormonen

Alle lichamelijke veranderingen in de puberteit en adolescentie worden aangestuurd door het geslachtshormoon GnRH (Gonadotropine Releasing Hormone). Niet alleen de veranderingen die je aan de buitenkant kunt zien (zoals de vorming van borsten of baardhaar) maar ook de veranderingen in de hersenen. Er vindt een belangrijke wisselwerking plaats tussen hersenfuncties en hormoonhuishouding: deze twee kunnen niet zonder elkaar. Die wisselwerking zorgt vaak voor het typische pubergedrag.

Typisch pubergedrag

Typisch pubergedrag dat goed te verklaren is vanuit de ontwikkeling van de hersenen in de adolescentie is bijvoorbeeld:

Bronnen

  • Het puberende brein. Over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie, Eveline Crone (2008). Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam
  • Het hoofdstuk ‘Geen kind meer’ uit het boek Kleine ontwikkelingspsychologie deel 3: de puberjaren, Rita Kohnstamm (derde druk, 2009). Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum, Houten

Auteur: MP. Publicatiedatum: 2009-heden. © Copyright Applinet B.V. KvK 33304053.