Anababa | Expertise voor Ouders

© Copyright Applinet B.V. Bron: http://www.anababa.nl

Sociale cognitie

Tussen 6 en 12 jaar maakt je kind een aantal interessante ontwikkelingen door op sociaal vlak. Langzaam leert hij dat andere mensen hun eigen gevoelens en gedachten hebben. Bovendien krijgt hij steeds meer inzicht in de persoonlijkheid van anderen. Deze ontwikkelingen vallen allemaal onder ‘sociale cognitie’.

Hij gaat emoties beter begrijpen

Naarmate je kind groter wordt, komt hij steeds meer los van zijn egocentrische wereldbeeld. Vanaf 7 á 8 jaar gaat hij steeds beter beseffen dat iemand anders dezelfde gebeurtenis anders kan waarnemen en ervaren dan hijzelf. Ook kan hij zich steeds beter voorstellen wát die ander dan waarneemt. Dat laatste inzicht komt rond 9 á 10 jaar. In diezelfde periode leert je kind ook dat een bepaalde gebeurtenis niet altijd dezelfde emotie oproept. Wat voor de één een ramp is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. En: als je je zwemdiploma haalt, ben je daar minder blij om als je op dezelfde dag hoort dat je oma is overleden.

Meer inlevingsvermogen

Naarmate je kind ouder wordt, kan hij steeds beter beoordelen hoe iemand anders zich moet voelen. Vanaf een jaar of 10 kan hij zelfs inschatten hoe iemand zich voelt die iets heeft meegemaakt waar je kind zelf geen ervaring mee heeft. Zijn inlevingsvermogen wordt dus steeds groter.

Check: In de eerste schooljaren heeft je kind nog weinig besef van de gevoelens van een ander kind. Hij kan dus behoorlijk tactloos in de omgang zijn met leeftijdsgenootjes, op het harde af. Maar dat hoort er gewoon bij. Als hij ouder wordt, gaat dat veranderen.

Zijn sociaal perspectief verandert

In hoeverre je kind zich kan voorstellen dat iemand anders een ander gevoel kan hebben dan hijzelf, heet ook wel ‘sociaal perspectief’. Kan je kind een ander gezichtspunt innemen dan dat van zichzelf? Psychologen onderscheiden hiervoor 4 niveaus.

niveau 0: tussen 3 en 6 jaar

Eerst gaat je kind ervan uit dat zijn eigen gezichtspunt voor alle mensen geldt. Daarna beseft hij dat iemand anders een ander innerlijk leven heeft, maar dat je dat niet kunt kennen.

niveau 1: vanaf 6 jaar

Je kind denkt: als iemand hetzelfde meemaakt als ik, dan beleeft die ander dat ook op dezelfde manier als ik. Dat verandert in: iemand anders kan dezelfde situatie toch anders beleven dan ik, maar ik weet niet hoe die ander dat beleeft.

niveau 2: vanaf 8 jaar

Je kind beseft dat verschillende mensen verschillende dingen denken en voelen. Hij kan zich ook voorstellen hoe een ander zich moet voelen, en snapt ook dat een ander kan begrijpen wat hij voelt. Daardoor begint hij ook te begrijpen dat iemand over hem kan denken, zoals hij over iemand anders denkt. Hij kan zich soms ook al voorstellen wát die ander dan over hem denkt.

niveau 3: vanaf 10 jaar

Je kind kan zich voorstellen in welk opzicht een derde persoon (bijvoorbeeld zijn oma) verschillend denkt over hemzelf en iemand anders (bijvoorbeeld zijn broertje). Hij kan dat ook tegen elkaar afwegen: Mijn oma vindt mijn broertje liever dan mij, omdat ik altijd veel drukker ben dan mijn broertje.’

niveau 4: vanaf 12 jaar

Als je kind 12 jaar of ouder is, dan gaat hij richting de volwassen sociale cognitie. Hij snapt steeds meer dat er een relatie is tussen iemands gevoelens, bedoelingen, waarden, verwachtingen enzovoort. En dat die weer voortkomen uit zijn opvoeding, omgeving, situatie, generatie en dergelijke. Ook ontstaat het besef dat je de gevoelens en het gedrag van een ander soms niet kunt begrijpen.

Check: Deze niveaus zijn heel algemeen. Het ene kind is er eerder mee dan het andere. Ook kan je kind tegelijkertijd kenmerken uit verschillende niveaus vertonen.

Hij gaat andere mensen beter doorzien

In de basisschoolperiode krijgt je kind ook meer inzicht in de totale persoonlijkheid van iemand anders.

  • Rond 6 jaar beschrijft je kind iemand anders op een concrete manier: hoe ziet zij eruit? Wat voor jas heeft ze aan? Heeft ze een huisdier?
  • Een beschrijving van iemands eigenschappen gebeurt meestal op basis van concrete en egocentrische uitspraken: ‘Zij is niet aardig, want ik mocht niet op haar step.’
  • Tussen 8 en 9 jaar krijgt je kind steeds meer woorden en termen tot zijn beschikking om iemands karakter te beschrijven. Hij kan steeds beter uitleggen waarom hij iemand ‘vervelend’ of ‘lief’ vindt.
  • Aan het eind van de basisschool gebruikt je kind meer psychologische termen om iemand te beschrijven: ‘Hij lijkt wel verlegen, maar in de klas praat hij heel hard.’
  • Vanaf 12 jaar kan je kind ook spontaan verklaringen geven voor eigenschappen van iemand anders: ‘Ze vindt alles eng, maar dat komt misschien doordat haar moeder altijd zegt dat ze voorzichtig moet zijn.’

Voor deze ontwikkeling zijn geen scherpe grenzen aan te geven. Maar het is wel duidelijk dat je kind na zijn 9e verjaardag meer diepte krijgt in zijn denken over andere mensen.

Bronnen

  • Het hoofdstuk ‘Tussen de anderen’ uit het boek Kleine ontwikkelingspsychologie deel 2: de schoolleeftijd Rita Kohnstamm (vierde druk, 2009). Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum, Houten.

Auteur: MP. Publicatiedatum: 2009-heden. © Copyright Applinet B.V. KvK 33304053.