Anababa | Expertise voor Ouders

© Copyright Applinet B.V. Bron: http://www.anababa.nl

Steven Pont over kinderopvang

Steven Pont is ontwikkelingspsycholoog en auteur van onder meer ‘Mensenkinderen!’ en ‘Sociaal? Vaardig!’. Daarnaast traint hij medewerkers in de kinderopvang. Waaraan kun je een goede kinderopvangorganisatie herkennen? En hoeveel dagen kinderopvang is optimaal voor een kind? In dit interview geeft Pont zijn professionele mening.

Je komt veel bij kinderopvangorganisaties om de medewerkers daar te trainen. Wat vind jij van de kinderopvang in Nederland?

Steven Pont: ‘Ik zie dat er veel gedreven mensen werken in de kinderopvang. Maar waar het soms nog een beetje aan schort, is kennis. Kijk, professionaliteit bestaat uit drie onderdelen (en dat geldt voor elk vak): vaardigheden, houding en kennis. Vaardigheden doen pedagogisch medewerkers op bij de ROC’s. Die opleidingen zijn met name gericht op het aanleren van competenties. Houding wordt bepaald door de cultuur van de kinderopvangorganisatie. Die nemen medewerkers over. Maar kennis is de achilleshiel van de Nederlandse kinderopvang. Die is namelijk niet dik gezaaid. Waarom gedraagt een kind zich zoals het zich gedraagt? Wat betekent zijn gedrag? En hoe kan ik daar als pedagogisch medewerker adequaat op reageren? Dat moet een pedagogisch medewerker weten. Met professionele vaardigheden en een professionele houding kun je 80 procent van de kinderen prima begeleiden in de opvang. Maar het gaat om die 20 procent die een specifieke aanpak nodig heeft. Daar komt pas de werkelijke pedagogiek om de hoek kijken. Daarom werk ik graag mee aan initiatieven als de Kinderopvangacademie, waar ik (video)colleges, trainingen en lezingen geef. Zo verhoog ik de kennis van de mensen die in de kinderopvang werken.’

Bij ouders heerst vaak het beeld dat kinderopvang een tweederangs oplossing is. Dat een kind thuis altijd beter af is. En dat kinderopvang ‘slecht’ is. Klopt dat?

‘Goede kinderopvang is goed voor een kind. En slechte kinderopvang is slecht voor een kind. Dat is net als bij een ziekenhuis.'

Maar hoe weet je of een kinderopvangorganisatie goed is?

‘Vraag of ze aan permanente educatie doen. Wat doen ze om hun kennis op peil te houden? En dan bedoel ik niet een cursus Bedrijfshulpverlening of EHBO bij kinderen. Het permanente scholingsaanbod moet een pedagogische lading hebben. Want zo blijft een kinderopvangorganisatie zichzelf voeden: met nieuwe kennis,’ aldus Pont.‘Daarnaast kun je het beste afgaan op mond-tot-mondreclame. Welke ervaringen hebben andere ouders met deze organisatie? Je kunt zo weinig afleiden uit een kennismakingsbezoekje op een kinderdagverblijf. Als het er rommelig is, wil dat niet zeggen dat ze geen goede pedagogische visie hebben. Soms is het er juist zo klinisch dat je er bij wijze van spreken een openhartoperatie kunt uitvoeren. Dat is ook weer niet goed.

Ik kom bij veel kinderdagverblijven en daar maak ik van alles mee. Ik heb wel eens anderhalf uur staan schoonmaken met een heel team voordat ik een training gaf. Want het was daar zó smerig, ik vond dat dat het echt niet kon. Realiseer je dat een keuze voor een kinderdagverblijf een sprong in het duister blijft. Alleen het oordeel van andere mensen, die al ervaringen hebben met een organisatie, kan je daarbij helpen.’

Is er een maximaal aantal dagen dat jij aanvaardbaar vindt voor een kind om naar de opvang te gaan?

‘Ja, én een minimum. Vanuit ontwikkelingspsychologisch oogpunt is één dag per week te weinig. Verdeel dat dan liever over twee halve dagen. Je kind heeft een bepaalde frequentie nodig om zich te hechten aan een medewerker.’ Pont legt uit: ‘De hechtingstheorie zegt: elk kind heeft een hechtingsbehoefte. Degene die regelmatig voor jou zorgt, daar hecht je je aan. Een week is voor een kind heel lang. Als je daarin maar één dag op het kinderdagverblijf komt, is dat te weinig om je aan de pedagogisch medewerker te hechten. Je hebt maar zeven of acht hechtingsfiguren in je leven. Die zijn heel belangrijk. De persoon die hechtingsgedrag vertoont, daar hecht het kind zich aan. Hechtingsgedrag is kwalitatief, het gaat om aandacht geven, knuffelen, eten geven. Maar het is ook kwantitatief: je moet elkaar wel regelmatig zien. Anders lukt de hechting niet.

Jonge kinderen hechten zich aan degene die er vaak is. Daarom moet je ook vragen naar het verlooppercentage binnen een kinderdagverblijf. Als er steeds weer nieuwe gezichten op een groep staan, zal je kind daar nooit wennen. Als maximaal aantal dagen voor opvang zou ik over het algemeen zeggen dat 3 dagen optimaal is. Alle kinderen zijn anders, dus het is niet eenvoudig om daar een harde regel voor te geven. Voor sommige kinderen is 4 dagen mogelijk. Maar je wilt ook niet dat de belangrijkste hechtingsfiguur de pedagogisch medewerker van de het kinderdagverblijf is. Die persoon is wel een hechtingsfiguur, maar ook een passant! Die mag jou als ouder nooit vervangen.'

Meer lezen

Dit is het eerste deel van een interview dat oud-hoofdredacteur Marèse Peters met Steven Pont had op 11 maart 2013. Lees ook de andere delen over ouderschap en opvoeding.

Auteur: MP. Publicatiedatum: 2009-heden. © Copyright Applinet B.V. KvK 33304053.